Etalagebenen

Etalagebenen (Claudicatio Intermittens)

De medische term voor etalagebenen is: ‘claudicatio intermittens’. Het is een aandoening die het gevolg is van een vernauwing in een slagader in of naar de benen. Deze vernauwing belemmert de doorstroming van het bloed. Het tekort aan bloed veroorzaakt een tekort aan zuurstof in de spieren. Hierdoor voelt u de stekende pijn (kramp) bij het lopen. Wanneer de doorbloeding erg sterk is verminderd, kunt u ook pijn hebben wanneer u rust.
Vernauwing van de slagaderen van de benen en van de bovenste ledematen duidt men aan met de naam perifere vaatziekten of Perifeer Arterieel Vaatlijden (PAV).
 

Omschrijving

Oorzaak

Klachten en verschijnselen

Onderzoeken Claudicatio Intermittens

Risicofactoren

Behandeling

Lopen, lopen en lopen

Risiciprofiel voor hart-en vaatziektes

Gerelateerde producten



Omschrijving
De term 'claudicatio' stamt af van het Latijnse woord voor 'mank lopen'. Claudicatio treedt op wanneer bij lichamelijke inspanning de aanvoer van zuurstofrijk bloed naar de beenspieren ontoereikend is.
Bij claudicatio intermittens krijgt u tijdens het lopen pijn, kramp of een doof of moe gevoel in uw been. De klachten kunnen in de voet, de kuit, het dijbeen of de bil optreden. Als u stilstaat verdwijnen de klachten. Loopt u weer verder, dan beginnen de klachten na een zelfde loopafstand opnieuw.
Claudicatio treedt gewoonlijk niet op in rusttoestand en wordt daarom ook wel intermitterende claudicatio (claudicatio intermittens) genoemd. De Nederlandse term etalagebenen duidt hier ook op: mensen met deze aandoening moeten tijdens het lopen regelmatig rust houden, zogenaamd om een etalage te bekijken, zodat de pijn even kan afnemen.

Oorzaak
Claudicatio wordt primair veroorzaakt door een aandoening die bekend staat als atherosclerose ofwel aderverkalking. Aderverkalking is eigenlijk een verkeerde term, omdat atherosclerose alleen de slagaders aantast. Hierbij is de binnenwand van de bloedvaten in de benen en elders in het lichaam dikker geworden, wat resulteert in vaatvernauwing.
Een geringe vernauwing in de beenslagaderen veroorzaakt geen klachten of verschijnselen. Het bloedvatenstelsel van de benen heeft namelijk een overcapaciteit. Bovendien ontwikkelen zich sluiproutes (collateralen), zodat het bloed toch nog in voldoende mate in de spieren en andere weefsels terechtkomt.
Bij een ernstige vernauwing van de beenslagaderen kan bij inspanning (lopen) een krampende pijn in het been optreden, omdat er dan onvoldoende bloed in de spieren komt, waardoor zuurstofgebrek ontstaat. In de slagaderen van de benen zijn drie plaatsen waar slagaderverkalking zich het eerste voordoet:
 

  1. De tweesprong van de aorta waar zij zich vertakt in de twee bekkenslagaderen. Bij vernauwing of afsluiting veroorzaakt dit bij het lopen pijn in de bilstreek en in beide bovenbenen.Bij doorlopen kan de pijn ook naar de kuit trekken.
  2. De dijslagader, handbreed boven het kniegewricht. Een vernauwing of afsluiting op deze plek veroorzaakt pijn in de kuit bij het lopen.
  3. De onderbeenslagaderen (vooral bij diabetes). Een ernstige vernauwing of afsluiting van deze slagaderen veroorzaakt meestal pijn laag in het onderbeen en/of in de voet. Uit de plaats van de pijn kan men dus min of meer afleiden waar de afsluiting of vernauwing zich bevindt.

De verstopping zit altijd hoger dan de plaats waar de pijn optreedt. De pijn kan zo hevig zijn, dat doorlopen niet meer mogelijk is; de patiënt moet stoppen. Na even stilstaan kan hij weer een stukje verder lopen, tot hij weer moet stilstaan. Dit verschijnsel heet claudicatio intermittens (letterlijk: hinken met tussenpozen).
Soms merkt iemand pas dat hij een claudicatio heeft, wanneer hij een keer in moeilijk terrein moet lopen, bijvoorbeeld in duinzand of op een hellend pad.

Klachten en verschijnselen
De belangrijkste klacht van iemand met etalagebenen is pijn in de benen, vooral in kuit en voet, die ontstaat tijdens het lopen. Kort na het stoppen van de activiteit verdwijnt deze pijn. Ook kan de patiënt in rust last hebben van een doof gevoel in de voeten. Bovendien genezen door de slechte bloedvoorziening wondjes minder goed. Mensen met etalagebenen kunnen dan ook zweren aan benen of voeten hebben.
Bespreek uw klachten met uw arts
Bespreekt u de klachten en verschijnselen aan de benen altijd met de behandelend arts. Het is belangrijk precies aan te geven waar en wanneer de pijn optreedt (met vermelding van het aantal pijnvrije meters) en weer verdwijnt. De arts kan dan door lichamelijk onderzoek de slagaderen beoordelen. Verder zal hij ook zoeken naar andere verschijnselen, zoals de temperatuur van de voeten, de toestand van de huid, haargroei en nagels.
Het is goed mogelijk, dat alleen lichamelijk onderzoek nog te weinig zekerheid biedt om te kunnen bepalen of er een doorbloedingsstoornis bestaat. Wanneer de arts bij lichamelijk onderzoek de slagaderen niet voelt kloppen, hoeft dat nog niet altijd te betekenen dat het betreffende bloedvat ook echt afgesloten is. Dan zal verder onderzoek moeten plaatsvinden.

Onderzoeken Claudicatio Intermittens
1. Onderzoek door de huisarts

Wanneer u vanwege pijnklachten in uw been naar de huisarts gaat, zal deze met u nagaan of er risicofactoren voor slagaderverkalking aanwezig zijn. De arts zal vragen wat uw pijnvrije loopafstand is, wat uw eet- en eventuele rookgewoonten zijn en hoeveel u aan lichaamsbeweging doet.
Ook wordt gekeken naar uw voorgeschiedenis: heeft u suikerziekte? Komt vaatlijden in uw familie voor? Verder wordt uw bloeddruk gemeten en er wordt een lichamelijk onderzoek afgenomen. De arts luistert dan onder meer naar de slagader in uw lies en voelt beide voetslagaders.
Om een duidelijke diagnose te stellen zijn ook andere onderzoeken noodzakelijk:

2. Meten van de enkel-arm-index
Dit is een eenvoudige techniek die ook door de huisarts tegelijk met een gewone bloeddrukmeting kan worden uitgevoerd.
De arts meet met een eenvoudige Doppler-flowapparaat de systolische bloeddruk aan de enkel en de arm in rust en/of na inspanning. Bij een goede arteriële beencirculatie is de enkel-arm-index (in rust) groter dan 1. Een enkel-arm-index in rust die kleiner is dan 0,9 wijst op perifeer arterieel vaatlijden. De bloeddruk aan de enkel moet dus minstens 90% zijn van die gemeten aan de arm.

  • stadium 1: enkel-arm-index kleiner dan 0,9 zonder typische klachten van claudicatio intermittens;
  • stadium 2: enkel-arm-index kleiner dan 0,9 met typische klachten van claudicatio intermittens.
  • stadium 3: enkel-arm-index kleiner dan 0,9 plus klachten aan voet of been in rust
  • stadium 4: enkel-arm-index kleiner dan 0,9 plus de aanwezigheid van zweren, niet- genezende wonden of gangreen(afstervend weefsel) aan de voet.

De bepaling van de enkel-arm index vormt een uiterst betrouwbare methode om PAV op te sporen. Indien nodig zal de arts meer gespecialiseerde onderzoeken (laten) uitvoeren om de ernst van de vernauwing en de juiste plaats op te sporen. Deze enkel-arm-index kan ook gemeten worden in een vaatlaboratorium d.m.v. een looptest. Het voordeel van een looptest is dat tegelijkertijd bekeken kan worden wat uw pijnvrije en maximale loopafstand is.

3. Doppler-onderzoek
Om de preciese plaats van de slagadervernauwing of de verharding van de slagaderwand op te sporen, kunnen zogenaamde Doppler-signalen in de lies-, knie- en enkelslagaders worden gemeten met een Doppler-apparaat. Met een soort stift die over de huid wordt gewreven, worden ultrageluidsgolven uitgezonden die door het bloed dat door de slagaders stroomt, teruggekaatst. Vervolgens vangt het instrument de golven op en dit signaal wordt door het Dopplerapparaat hoor- en zichtbaar gemaakt. Is er een vernauwing in de slagader aanwezig dan verandert het weerkaatste geluid. Op een monitor zijn deze golven te zien. Dit onderzoek is pijnloos.

4 Duplexonderzoek
Bij het duplex onderzoek wordt een echografie van de bloedvaten gemaakt in combinatie met een Doppler-onderzoek. Hierbij kan de stroomsnelheid en -richting van het bloed zichtbaar worden gemaakt en de plaats en de ernst van de vernauwing worden bepaald. Ook dit onderzoek is pijnloos.

5 Angiografie
Angiografie is een röntgenonderzoek van de bloedvaten. Bij dit onderzoek wordt een contrastmiddel direct in een slagader gespoten, waarna snel een aantal foto's worden genomen of een film wordt gemaakt. Een angiografie laat toe om de stroomsnelheid van het bloed te meten en vernauwing van slagaders in beeld te brengen. Bij dit onderzoek wordt via een kleine snede in de lies een smal buisje (catheter) in de slagader geschoven tot bij de plaats van de vernauwing. Dit gebeurt onder gehele of gedeeltelijke verdoving. Als de catheter op de goede plek ligt wordt contrastvloeistof ingespoten waardoor de bloedvaten zichtbaar worden op een röntgenfoto.
Eventueel kan onmiddellijk ook een ballondilatatie worden uitgevoerd of een stent geplaatst (zie verder).
Dit onderzoek mag niet worden uitgevoerd bij mensen die allergisch zijn voor de contrastvloeistof. De radioloog die het onderzoek uitvoert zal dat trouwens uitdrukkelijk vragen. Ook zwangerschap moet u vooraf melden omdat de röntgenstralen schadelijk kunnen zijn voor het kind.
Het onderzoek duurt in totaal één à twee uren. Na een zestal uren mag u normaal het ziekenhuis verlaten.

Risicofactoren

  • Leeftijd: hoe ouder, hoe hoger het risico
  • Roken (claudicatio intermittens wordt soms ook 'rokersbenen' genoemd). De kans op PAV is vijf keer hoger bij rokers dan bij niet-rokers.
  • Diabetes, volgens sommige schattingen zou 50% van de diabetespatiënten ook lijden aan Perifeer Arterieel Vaatlijden.
  • Verhoogde bloeddruk
  • Erfelijkheid
  • Geslacht: mannen hebben vaker claudicatioklachten dan vrouwen
  • Te hoog cholesterolgehalte
  • Te hoog gehalte homocysteïne-gehalte (een type van aminozuur in het bloed
  • Overgewicht
  • Lichamelijke inactiviteit

Behandeling
Een belangrijk deel van de behandeling heeft de patiënt in eigen hand. In de eerste plaats is het belangrijk om alle risicofactoren omlaag te brengen. Het is van het grootste belang om te stoppen met roken. Dit voorkomt dat de klachten toenemen. In veel gevallen worden de klachten na het stoppen met roken zelfs minder. Verder is het belangrijk te blijven bewegen (lopen, lopen en lopen), ook al ontstaat er pijn. Beweging bevordert namelijk het ontwikkelen van bloedvaatjes rondom het vernauwde bloedvat. Hierdoor wordt het vernauwde bloedvat als het ware 'kortgesloten', zodat meer bloed naar het been kan stromen. Na verloop van tijd merken patiënten dat ze een steeds grotere inspanning kunnen leveren voordat de pijn optreedt. De huisarts en/of fysiotherapeut zal meestal een inspanningsschema opstellen, samen met de patiënt.
Goede voetverzorging is essentieel, wees voorzichtig bij het nagels knippen. Neem contact op met uw huisarts als een wondje niet wil genezen. Vooral voor mensen met suikerziekte is dit belangrijk, omdat bij hen de genezing van wondjes nog moeizamer verloopt.

In sommige gevallen kan het nodig zijn dat de vernauwing van het bloedvat door een chirurg wordt opgeheven d.m.v. een dotterprocedure of een bypassoperatie.
Dan is de eerste keuze bij Claudicatio Intermittens vaak een dotterbehandeling (percutane transluminale angioplastiek afgekort PTA), omdat dit het minst belastend is voor de patiënt.

Er zijn verschillende soorten vaatoperaties om patiënten met etalagebenen te behandelen. Vanwege het risico op complicaties wordt u alleen geopereerd als uw klachten dermate ernstig zijn dat opereren noodzakelijk is.
Bij een bypass wordt een omleiding gemaakt door het aanbrengen van een vaatprothese van kunststof of van een beenader van de patiënt. Bij een bypass in het been heeft het gebruik van eigen bloedvaten de voorkeur.
U kunt best een stukje ader missen, omdat andere aders de functie van de verwijderde ader overnemen.

Een behandeling met medicijnen wordt in sommige gevallen aangeraden als aanvulling op een looptraining of leefregels.

Lopen, lopen en lopen
Waarom een wandeladvies?
Voor mensen met etalagebenen is lopen van nog grotere betekenis dan het al is voor gezonde mensen. Het kan soms het verschil zijn tussen 'patiënt zijn' en 'normaal functioneren'. Door veel en regelmatig te lopen wordt het herstellend vermogen geactiveerd.
U kunt de bloedtoevoer naar uw benen verbeteren door regelmatig te gaan wandelen. Loopoefeningen zorgen ervoor dat de bloedstroom door de kleinere vaten toeneemt.
Kleinere vaten (collateralen) nemen de functie van de grote slagader over. Zij ontwikkelen zich en laten steeds meer bloed door. Voor de ontwikkeling van collateralen is het noodzakelijk regelmatig en veel te lopen. Op deze manier worden uw benen weer beter van bloed voorzien. De spieren krijgen meer zuurstof en u heeft minder gauw klachten. Na verloop van tijd kunt u een grotere afstand afleggen voordat de klachten optreden.

Wandeladvies

  • Wandel net zo lang totdat de klachten optreden, en loop dan nog tien stappen door (wees niet bang, het kan geen kwaad).
  • Rust uit tot dat de klachten verdwenen zijn.
  • Herhaal deze oefening nog enkele malen gedurende vijftien tot dertig minuten.
  • Het is belangrijk dat u deze wandeloefeningen drie keer per dag doet, liefst iedere dag, en dat u dit minstens zes maanden volhoudt.

Een stappenteller is daarbij de ideale manier om uw vooruitgang te meten. Deze telt het aantal stappen of zelfs het aantal meters wat u pijnvrij en totaal kunt lopen. Wanneer u een stappenteller koopt en daarbij vermeld claudicatio intermittens krijgt u tevens het boekje lopen, lopen, lopen erbij. Hierin staat veel informatie over étalagebenen en een trainingsschema.

Na enige weken tot maanden merkt u dat de loopafstand geleidelijk toeneemt. Als na verloop van tijd geen verdere verbetering meer optreedt, betekent dat niet dat uw wandeloefeningen overbodig zijn geworden. Om te voorkomen dat de klachten weer sneller gaan optreden, moet u dagelijks blijven lopen. Geef het wandelen een vaste plaats in uw leven.

Niet iedereen kan aan een looptraining beginnen. Een hartaandoening, longproblemen, een zeer slechte lichamelijke conditie of wondjes aan de voeten kan de training onverantwoord maken. Overleg daarom eerst met uw behandelend arts.

Risicoprofiel voor hart- en vaatziekten
Bij alle stadia van perifeer vaatlijden vormt vermindering van het risicoprofiel de basis van de behandeling!!
Belangrijk is of er beïnvloedbaar risicogedrag is. Zoals diabetes, overgewicht, inactiviteit, te hoog cholesterol, hypertensie en natuurlijk het roken. Meerdere risicofactoren versterken elkaar.

Patienten met claudicatioklachten hebben een levensverwachting die ongeveer 10 jaar korter is dan die van gezonde personen. De sterfte aan andere hart- en vaatziekten is bij PAV zonder symptomen tweemaal en bij claudicatio driemaal zo hoog als bij mensen zonder perifeer arterieel vaatlijden. Roken en diabetes verslechteren de levensverwachting.
Blijf nooit met klachten rondlopen. Als u denkt dat u last heeft van claudicatio intermittens, dan is het goed om uw huisarts te raadplegen.

Gerelateerde productcategorieën voor etalagebenen:
Stappentellers  
Fitnessapparatuur  
Literatuur
Hartslagmeters
Terug
Copyright © 2017 Pro2Move